Jan van het Kruis 1542-1591 en Teresa van Avila 1515-1582

Teresa van Avila en Jan van het Kruis zijn de stichters van de Orde van de Ongeschoeide Karmelieten, een orde die zich wijdt aan de verering van de Heilige Moeder van God door boete en gebed. Beide stichters hebben door hun geschriften een overweldigende invloed uitgeoefend op de christelijke spiritualiteit

Teresa van Avila (1515-1582)

Vrij naar: Kitty Bouwman e.a., Werken met Spiritualiteit, ten Have Baarn 2001, blz.271-273 en blz.449

1515
Teresa van Avila wordt geboren als Teresa de Ahumada. Pas veel later gaat zij zichzelf Teresa van Jezus noemen. Zij groeit op in een groot gezin. Haar vader is afkomstig uit een joodse familie die zich enigszins verzoend had met het christendom. Als zij twintig jaar is treedt zij in het Karmelietessenklooster de 'Menswording' in Avila.
HYieronder ziet u Teresa's geboortehuis dat verbouwd is tot een kerk.

1535-1554
Gedurende de eerste periode van haar kloosterleven is zij vaak ziek en raakt in gebedscrisissen. Het is voor haar moeilijk om naar binnen te keren. Zij schrijft hierover: 'Vooral in de overweging leed ik veel, want de geest was niet meester maar slaaf'. Ze probeert zich scènes uit het leven van Jezus voor te stellen, om haar gedachten daarop te concentreren, maar ze wordt er niet door gegrepen. Al haar pogingen om haar verlangen actief te richten op Christus zijn vruchteloos. Haar verlangen is niet vrij.

Vastentijd 1554
In de Vastentijd van 1554 wordt ze getrokken naar het beeld van de lijdende Christus 'overdekt met wonden'. Ze wordt erdoor geraakt en haar verlangen wordt vrijgemaakt en ontvangt een nieuwe richting.

Van nu af is het een nieuw boek, ik wil zeggen: een nieuw leven. Tot dan toe ging het over mijn leven. Nu leeft God in mij. God zij geprezen, dat hij mij van mijzelf heeft bevrijdt!

Deze ervaring verankert haar leven in God. Dat schrijft ze in haar autobiografie: 'Vida' , 'Boek van haar leven'. De ervaring blijkt een doorbraak in haar gebedsleven. Ze ontvangt visioenen, waarin ze Christus ziet met de

'ogen van haar ziel' .

Ze ondergaat zijn aanwezigheid in de diepte van haar geest. De visionaire ervaringen werken diep in haar door, waardoor er een einde komt aan de allesbepalende relatie met haar 'wereld'.

Haar innerlijk gebed wordt een vertrouwelijk omgang met God:

'Bidden is omgaan met een vriend van wie we weten dat hij van ons houdt en met wie wij daarom dikwijls samenkomen om alleen en vertrouwelijk met hem te spreken'.

In deze relatie wordt ze teruggevoerd naar de Bron die voor haar de ruimte opent, waarin zij tot zichzelf kan komen en waarin de mensen en de dingen een nieuw gezicht krijgen. Maar daarbij moet het niet blijven, ze moet niet bij de Bron blijven zitten: deze ervaring moet vruchtbaar worden. Teresa voelt zich verwant aan de Samaritaanse vrouw. Zoals de Samaritaanse de bron heeft gevonden, zo wil ook zij haar medezusters doen delen in haar ervaring en hen de weg wijzen naar de Bron van het Levende Water. Hier komen actie en contemplatie samen.

1562
Aan de bovenbeschreven mystieke ervaringen zijn haar hervormingsactiviteiten van de Karmel ontsprongen. Het religieus leven in de Karmel van haar tijd was ernstig verslapt. In het karmelietessenklooster waar zij woonde kwam weinig terecht van contemplatie en concentratie op God. Het Karmelideaal was vervallen tot een burgerlijk leven. Er woonden een te groot aantal zusters bij elkaar, er was daardoor geen afzondering mogelijk, de dagorde en de stilte werden prijsgegeven. Het zien van deze wantoestanden zet Teresa ertoe aan de Karmel te hervormen. In 1562 - ze is dan 47 jaar - besluit ze om met enkele medezusters een klooster te stichten volgens de oorspronkelijke regel van de Karmel.

1565 en 1567
Teresa schrijft constituties, leefregels voor de nieuwe contemplatieve Karmel. Deze worden door Paus Pius IV in 1565 goedgekeurd. In 1567 wordt de hervorming ook door de oversten van de Karmelorde goedgekeurd en krijgt Teresa toestemming tot het stichten van 'hervormde' kloosters.
In deze nieuwe kloosters heerst een humane sfeer, er is in religieuze opzicht vrijheid voor de zusters. Er is ruimte voor creativiteit: er wordt muziek gemaakt en gedanst, er wordt liturgisch drama werd gespeeld.
Ondanks veel tegenwerking zet de beweging van de contemplatieve Karmel zich door en werpt vruchten af.

Teresa van Avila stichtte zeventien contemplatieve kloosters. Zij is heiligverklaard en in 1926, op dezelde datum als Jan van het Kruis, verleent de kerk haar de titel Kerkleraar.

1582
Teresa sterft in vrede. Zij is dan 67 jaar oud.

Werken
Teresa heeft verschillende werken geschreven:

Het 'Boek van haar leven' bevat haar autobiografie waarin ze haar geestelijke weg beschrijft aan de hand van het beeld van de 'tuin'. Daarnaast schrijft ze 'De Weg der Volmaaktheid', 'Het kasteel van de Ziel' en 'Het Boek der Kloosterstichtingen'.

'Het kasteel van de Ziel' beschrijft een proces van steeds verdergaande verinnerlijking van de relatie met God. Dit gebeurt aan de hand van een reis door zeven verblijven van het kasteel, met als uiteindelijk doel de vereniging van God en de mens.

Jan van het Kruis (1542 - 1591)

1542-1559
Jan van het Kruis wordt geboren als Juan de Yepes te Fontiveros in Castilië in 1542. Zijn vader Gonzalo de Yepes, die uit een familie van rijke zijdehandelaren komt, trouwt met de zijdeweefster Catalina Alvarez, Dat is ver beneden zijn stand vindt de familie en hij wordt verstoten en onterfd. Ondanks de rijkdom van de Spaanse Gouden Eeuw betekent dat voor het gezin van Gonzalo en Catalina, evenals voor vele anderen van de bevolking, een mager bestaan. Juan is de jongste zoon. Als de vader kort na de geboorte van Juan langdurig ziek wordt en sterft, vervalt het gezin in grote armoede. Catalina doet alles om het hoofd boven water te houden en ze verhuist met haar gezin naar Medina del Campo, en rijke handelsstad die bekend staat om zijn sociale instellingen voor arme mensen. Het lukt Catalina om Juan in een Colegio de la Doctrina, een school voor arme kinderen, te plaatsen, waar hij basisonderwijs en van handwerkslieden een beroepsopleiding ontvangt .

1559-1563
Juan is leergierig en sociaal bewogen. Als hij zeventien jaar is gaat hij als ziekenverpleger werken in Hospital de la Concepcion, een ziekenhuis voor besmettelijke ziekten. De stichter van dit ziekenhuis geeft hem de gelegenheid om bij de Jezuïeten lessen te volgen, zolang hij zijn plichten maar niet verwaarloost. Hij krijgt daar lessen in grammatica, Latijn en Grieks en komt in contact met de poëzie. Hij kan seculier priester worden en daarmee ruimschoots de kost kunnen verdienen. Maar dit aanbod slaat hij af. Hij wil geen kapelaan of pastoor worden maar monnik en hij treedt in bij de Karmelieten in Medina del Campo.

24 februari 1563
Bij de Karmelieten heeft hij de gelegenheid om zich meer af te zonderen en een strenger leven te leiden. Op 24 februari 1563 draagt hij voor het eerst zijn kloosterkleed en neemt de naam Juan de Santa Matia aan. Jan gaat verder studeren aan de universiteit van Salamanca, die beroemd was door zijn voortreffelijke hoogleraren in de Thomistische wijsbegeerte Daar maakt hij ook kennis met auteurs uit de mystieke traditie, zoals Dionysius de Aereopagiet. Jan is een briljant student en al spoedig gaat hij ook zelf lesgeven.

1567
Na zijn priesterwijding in 1567 wil hij zich aanvankelijk terugtrekken in een karthuizerklooster. Maar weer terug in Medina del Campo ontmoet hij Teresa van Avila, die bezig is met de hervorming van de Karmel. Zij weet hem te betrekken hem bij de hervorming van de mannelijke tak van de Karmelorde. Jan van het Kruis wordt de eerste 'ongeschoeide karmeliet'.

1568
In november 1568 stichten Jan en drie medebroeders een gemeenschap volgens de nieuwe strenge regels in een schuur in de buurt van Duruelo. In deze tijd verandert Jan zijn naam in Jan van het Kruis. De kleine gemeenschap wordt al gauw bekend als de Ongeschoeide Karmelieten, omdat ze als teken van armoede geen schoeisel dragen. Ze zijn echt arm. Hun eerste behuizing is nauwelijks meer dan een kamer en ze lijden vaak honger.

1572
Als Teresa wordt geroepen tot priorin van het Klooster van de Goddelijke Geboorte, vraagt ze aan Jan om haar te helpen bij het hervormen van deze grote en luie kloostergemeenschap. Jan wordt de geestelijk leidsman van alle zusters, dus ook van Teresa.

1575
Om onbekende redenen begint de houding van de Geschoeide Karmelieten ten opzichte van de Ongeschoeide te veranderen. Aanvankelijk staan ze neutraal tegenover de hervormingen of moedigen die zelfs aan. Het kapittel van 1575 perkt de hervormingen drastisch in, er mogen geen nieuwe kloostervestigingen meer komen en Teresa moet één klooster kiezen om zich daar blijvend te vestigen.

1576
Als de Ongeschoeide Karmelieten in 1576 een eigen kapittel houden, voeren de Geschoeiden de maatregelen van 1975 uit. Jan en een medebroeder worden schuldig bevonden aan rebellie en weerbarstigheid en opgesloten in een kleine cel zonder ramen in het klooster van Toledo. Gemarteld en vernederd, weigert Jan de hervormingen te herroepen. Hij blijft trouw aan zijn geestelijke idealen. In deze periode schrijft hij het grootste deel van zijn 'Geestelijk Hooglied'. Na negen maanden cel weet hij te ontsnappen en komt hij terug bij zijn geestverwanten met een bundeltje gedichten, waarin hij zijn mystieke ervaringen uitzingt. Hij vestigt zich in het zuiden van Spanje, waar hij wordt gekozen tot Prior van het klooster El Calvario en benoemd tot geestelijk leidsman van de zusters in Beas.

1579-1591
In 1579 wordt Jan benoemd tot Rector van het nieuwe college van de Ongeschoeide Karmelieten aan de Universiteit van Baeza. In 1580 krijgen de Ongeschoeide Karmelieten van de Paus het recht een eigen kerkprovincie te vormen, maar pas in 1593 zijn ze werkelijk onafhankelijk van de Geschoeide Karmelieten.

In deze jaren vervult Jan allerlei banen binnen zijn Orde, schrijft commentaren bij zijn mystieke gedichten, geeft geestelijke leiding aan velen en leeft een ascetisch en diep mystiek leven.

Tot zijn beste werken behoren: 'De bestijging van de Karmelberg', 'Donkere Nacht', 'Geestelijk Hooglied' en 'De levende Vlam van de Liefde'.

1591
Aan het eind van zijn leven krijgt Jan ruzie met de nieuwe Overste van zijn Orde over enkele veranderingen die deze wil doorvoeren. Om de gemoederen te kalmeren wordt hij in augustus 1591 naar het eenzame Penuela gestuurd. Hij is dolblij dat hij voor het eerst in jaren wat rust krijgt, maar het is hem niet gegund. Hij hoort dat zijn tegenstanders hem uit de orde willen zetten die hijzelf gesticht heeft. Zij zijn materiaal aan het verzamelen om hem in diskrediet te brengen. Jan wordt ziek en zoekt medische hulp in het nabijgelegen klooster van Ubeda. Daar wordt hij koel ontvangen, krijgt de slechtste cel van het hele huis en de prior klaagt alsmaar dat het zo duur is om voor hem te zorgen. Jan voelt zijn einde naderen en vraagt de prior om vergiffenis voor alle overlast die hij veroorzaakt heeft. Dan pas ziet de prior in wat hij heeft gedaan. Jan van het kruis sterft op 14 december zoals hij dat zelf wilde: zonder eerbetoon, zonder enig comfort en onder veel pijn. Hij is 49 jaar oud.

Na zijn dood
Jan van het Kruis wordt in 1675 zalig en in 1726 heilig verklaard. In 1926, op dezelfde datum als zijn grote inspiratrice en voorbeeld Teresa van Avila, krijgt hij de titel van Kerkleraar.

Zijn feestdag valt op 14 december