Franciscus 1182-1226 en Clara 1193-1253
Hieronder volgt:
-
levensbeschrijving van Clara van Assisi
-
levensbeschrijving van Franciscus van Assisi
-
de inspiratie van Franciscus en Clara
-
het zonnelied van franciscus
Clara van Assisi 1193-1253
1193 Clara Sciffi wordt in 1193 in Assisi geboren. In 1202 woedt er
een oorlog in Assisi en Clara en haar familie vluchten naar Perugia. In
1205 keren zij terug. In toenemende mate volgt Clara het voorbeeld van
haar moeder in haar aandacht en zorg voor de armen en de mensen van de
lagere standen. Zij zelf is van adel; ze behoort tot de oude en
invloedrijke familie Offreduccio.
1212 Als Clara 19 jaar oud is, hoort ze Franciscus preken in de
Kathedraal van San Rufino. Zij woont vlak naast de kerk. Clara is
overrompeld door het vurige enthousiasme van Franciscus en wordt
gegrepen door de liefde voor God en voor Christus die de tien jaar
oudere man uitstraalt. Ze krijgt het voor elkaar hem te ontmoeten en
begint hem te zien als haar geestelijke vader. Clara begrijpt de bron
van zijn liefde en zijn geluk.
In de nacht van Palmzondag, sluipt Clara in het geheim het ouderlijk
huis uit en gaat naar het kapelletje van Portiuncula in the vallei onder
de stad Assisi. Daar, verlicht door kaarsen en omringd door de Broeders,
knipt Franciscus haar haar af als officieel teken van onschendbaarheid
en kleedt haar in een vormeloze zak: het monnikskleed van de
Franciscaanse Broeders. Zo begint de zusterschap van de Arme Vrouwen,
wat later is gaan heten de Tweede Orde van de Franciscaanse Familie of
de (Arme) Clarissen.
Enkele weken daarna sluit de jongere zus van Clara, Agnes, zich tot
grote woede van de familie bij haar aan.
Het is in die tijd onmogelijk dat de vrouwen door het land kunnen
zwerven zoals de Broeders. Daarom trekken Clara, Agnes en de anderen die
er al snel bij kwamen in de kapel van San Damiano, vlak bij Portiuncula.
Dit wordt hun kloostertje.
1215 Clara krijgt officieel toestemming om in zeer strenge armoede te
leven. Dat houdt in: geen grondbezit of jaarrenten of wat dan ook. De
zusters leven van het werk van hun handen, en van aalmoezen, vaak
aangedragen door de Broeders. In Clara vindt Franciscus zijn geestelijke
zuster. Zij draagt zijn idealen uit in een absoluut vertrouwen op God.
Ze is moederlijk en lankmoedig voor haar medezusters, maar veeleisend
voor zichzelf ondanks haar wankele gezondheid.
1226 Clara's moeder, Ortolana, sluit zich aan bij haar dochters en de
Arme Vrouwen. In datzelfde jaar sterft Franciscus. De Broeders
brengen het lichaam van Franciscus naar de poort van het klooster van de
Arme Vrouwen en daar neemt Clara afscheid van haar geliefde vriend.
1227 De geestelijke zorg voor de zusters wordt door Paus Gregorius IX
in handen gegeven van de Overste van de Mindere Broeders, Jan Parenti.
1252 In de jaren die volgden werkt Clara aan een Leefregel voor
later. Ze is ernstig ziek, maar haar religieuze ijver wijkt nooit. In
1252 wordt de Regel van Clara bekrachtigd door de afgezant van de Paus,
kardinaal Rainaldo.
1253 Op 9 august 1253 keurt de paus zelf de Leefregel goed. De
volgende dag brengt de boodschapper de Bul van de paus met de
goedkeuring naar Clara. Net op tijd want op 11 augustus sterft Clara in
haar klooster. Ze wordt begraven in de Giorgiokerk in Assisi.
Daarna In 1255 wordt zij heilig verklaard door paus Alexander
In 1260 wordt haar stoffelijk overschot overgebracht naar de Santa
Chiara kathedraal in Assisi.
In 1850 wordt de doodskist van Clara opnieuw ontdekt. Haar lichaam lijkt
ongeschonden de eeuwen getrotseerd te hebben. Het wordt geplaatst in een
nieuwe kapel in de kathedraal. Rond 1970 komt er een einde aan deze
verering, want Clara's lichaam wordt herbegraven.
In 1893 wordt de originele Regel van Clara teruggevonden.
De feestdag van Clara is op 11 augustus.
Franciscus van Assisi 1182-1226
1182 Franciscus wordt geboren in Assisi, in de streek Umbrië, als
zoon van Pietro Bernardone, een rijke handelaar in kostbare stoffen.
Zijn moeder heet Vrouw Pica. Franciscus is bestemd om de zaak van zijn
vader voort te zetten, maar zelf wil hij liever troubadour worden of
ridder. Als jongeling leidt hij een welvarend en flamboyant leven.
1201 Franciscus koopt zich een dure wapenuitrusting en neemt deel aan
de oorlog tegen Perugia. Hij wordt gevangen genomen en opgesloten in een
kerker. Daar wordt hij depressief en ziek. Daar ook begint hij meer dan
ooit na te denken over zijn verleden en het doel van zijn leven. De
godsdienst en vooral God beginnen belangrijk voor hem te worden.
Na een jaar weet zijn vader hem vrij te kopen
1204 Hoe leeg zijn hart is begrijpt Franciscus pas als hij te paard
een melaatse bedelaar passeert en hem terloops een muntje toewerpt.
Koopt hij met dat muntje het werkelijke leven af? Hij went zijn paard
om, stapt af en omhelst de bedelaar.
1205 Rond 1205 is hij opnieuw betrokken bij een militaire expeditie,
nu tegen Apulië. Dan krijgt hij in een droom de boodschap dat God hem
roept. Hij keert terug naar Assisië en gaat zieken verplegen.
1206 Een jaar later krijgt Franciscus een visioen dat zijn leven
beslissend zal veranderen. Vanaf het kruis in het oude dorpskerkje van
San Damiano, bij Assisi, roept Jezus hem op om zijn kerk te herstellen.
Hij begint meteen en wil niets anders meer doen. Zijn vader is woedend
en gooit hem in de gevangenis. Hij beschuldigt Franciscus bij de
bisschop van leegloperij en diefstal. Franciscus doet afstand van al
zijn rechten en bezittingen en als teken daarvan trekt hij midden op de
markt van Assisi al zijn kleren uit en geeft ze theatraal aan zijn vader
terug.
1208 Na twee jaar beseft hij zijn eigenlijke roeping. Het gaat niet
om het repareren van het kleine kerkje, maar van De Kerk. Hij begint te
preken. Hij doet dat zo aanstekelijk dat hij al spoedig makkers krijgt.
In het Evangelie leest hij over de uitzending van de apostelen en als
hij elf medebroeders heeft - het aantal van de apostelen minus Judas-
geeft hij ze een korte regel.
1209 Vergezeld door zijn broeders trekt Franciscus naar Rome en
spreekt vrijuit met paus Innocentius III. Hij vraagt en krijgt
goedkeuring van de paus om met zijn broeders rond te trekken en te
preken. Franciscus noemt zijn groep: de Mindere Broeders.
Uit Rome terug vestigen de Broeders zich in een onooglijk hutje bij het
gehucht Portiuncola. Vandaaruit trekken ze heel Midden-Italië door,
bedelend en werkend als los werkman. Wat ze overhouden boven het
absoluut noodzakelijke geven ze aan wie armer is dan zij zelf.
In hun preken roepen ze de mensen op om zich tot God te bekeren.
Franciscus bezit niets en beschouwt elk bezit als in strijd met zijn
roeping. Hij benadrukt in zijn leven en in zijn preken de eenvoud en
armoede en hij roept iedereen op om eerder op God te vertrouwen dan op
goederen. Veel broeders sluiten zich bij hem aan.
1212 Clara Sciffi, een dochter van de adellijke familie Offreducio
uit Assisi, loopt van huis weg en sluit zich zeer tegen de zin van haar
familie bij Franciscus aan . Zij is weg van Franciscus en zijn idealen
van eenvoud, armoede en kuisheid. Gestimuleerd door Franciscus, die zij
als haar geestelijke vader beschouwt, begint zij een zusterschap in San
Damiano, het kerkje dat hij eerder had gerepareerd. Zij worden De
Vrouwen genoemd, later de Arme Vrouwen, en nog later de Arme Clarissen.
1219 Franciscus trekt ongewapend mee met de Kruisvaarders. Hij heeft
contact met de Sultan van Egypte en komt na ongeveer een jaar met enkele
geschenken thuis. Maar daar is ondertussen veel veranderd.
Er zijn langzaamaan rond de 5000 volgelingen, die aangetrokken werden
door zijn charisma en zijn boodschap. Franciscus wilde geen 'orde'
oprichten, maar zoals dat gaat waar veel mensen bij elkaar leven: er
komt toch een organisatie met een structuur. Franciscus kan slecht
organiseren en is beslist geen bestuurder. Hij schrijft wel een Regel,
en zelfs verschillende, maar dat zijn meer evangelieteksten dan echte
regels. Anderen kunnen dat beter. Hij moet de leiding uit handen geven.
1224 Dat hij niet meer de leiding heeft over zijn eigen Broeders,
doet hem pijn. Hij trekt zich terug in de bergen, alleen. Daar ontvangt
hij de zogenaamde Stigmata: de wonden van Jezus in zijn lichaam, in zijn
handen en voeten en in zijn zijde.
1226 Na deze periode van afzondering keert hij terug naar de Broeders
en naar Clara en haar Zusters. Een paar trouwe broeders blijven bij hem.
Door zijn ruige leven is zijn gezondheid ernstig aangetast. Hij wordt zo
goed als blind en heeft voortdurend pijn. Uitgeput door al die kwalen,
schrijft hij zijn Zonnelied. Op 3 oktober 1226 sterft hij. Voor de poort
van het klooster van Clara neemt zij afscheid van haar geliefde vriend.
Franciscus riep op tot eenvoud, armoede en minder zijn: klein voor God
en daardoor met eerbied voor alle leven. Hij heeft gewerkt voor de armen
de melaatsen, de leprozen. Talloos zijn de verhalen die over hem verteld
worden. Daarin klinkt door hoe dit kleine, lastige, heftige en armoedige
mannetje -'il poverello'- het geloof weer bij de eenvoudige mensen heeft
weten te brengen. Zo is hij de uitvinder van de kerststal.
Duizenden mensen werden toen en worden nog steeds in hun hart geraakt
door zijn eenvoud en liefde.
Franciscus' feestdag valt op 4 oktober, beter bekend als Dierendag,
omdat hij zo veel liefde had voor Gods schepping, voor de mensen en voor
de dieren.
Franciscus heeft veel geschreven. Naast het Zonnelied nog talrijke
gedichten en traktaten. In de kunst is hij uitgebeeld door vele
kunstenaars.
De inspiratie van Franciscus en Clara Uit het boek
Dwarsliggers van Arjan Broers
De grondtrekken van de inspiratie van Franciscus en Clara zijn gelijk.
Zij willen arm, gehoorzaam en kuis leven. Dat klinkt niet als een
pretje, maar de leefwijze die eraan vast zit heeft een veel positiever
doel dan deze woorden suggereren.
Arm betekent voor hen: onthecht zijn van alle soorten van bezit. Als je
niet langer bezig bent van alles om je heen te verzamelen en te houden,
ontstaat er ruimte om verbaasd te zijn over de schoonheid en de kracht
van het leven. Als je losraakt van het pogen je ego op te bouwen, zie je
dat je slechts een onderdeel bent van de schepping ? en dat je elk
moment, bij elke harteklop, je leven ontvangt. Liefhebben en mededogen
voelen met vooral het kwetsbare gaat dan als vanzelf.
Gehoorzaam leven betekent: leven in vertrouwen. Je kunt als mens niet
alles bedenken, beredeneren, verantwoorden. Wie leeft in gehoorzaamheid
aan God, stelt zich open voor wat hem of haar toevalt.
Kuis leven betekent: je toeleggen op een liefde die niets terugeist of
terugverwacht. Kuisheid ? Franciscus heeft het liever over zuiverheid ?
heeft niet alleen betrekking op seksuele onthouding, maar vooral op wat
daarmee bewerkstelligd moet worden: een belangeloze liefde voor anderen.
Zonnelied
Dit lied schreef Franciscus toen hijzelf al doodziek en blind was.
Geloofd zij gij, mijn Eeuwige, met al uw schepselen, vooral heer
broeder Zon die de dag is en door wie u ons verlicht En hij is
mooi en stralend, groots en doordringend van u, allerhoogste, is hij
het levende teken.
Geloofd bent u, mijn Eeuwige, door zuster maan en de sterren
aan de hemel hebt u ze gezet, schitterend, kostbaar en mooi.
Geloofd bent u, mijn Eeuwige, door broeder wind en door de lucht
en de wolken door het helder weer en ieder jaargetijde waardoor u
uw schepselen in leven houdt.
Geloofd bent u, mijn Eeuwige, door zuster water, die zo nuttig is,
nederig en kuis.
Geloofd bent u, mijn Eeuwige, door broeder vuur, door wie u de
nacht voor ons helder maakt. En hij is mooi en vrolijk en
onbedwingbaar en sterk.
Geloofd bent u, mijn Eeuwige, door zuster aarde onze moeder, die
ons in leven houdt en allerlei geurige gewassen en kleurige
bloemen en kruiden voortbrengt. Loof en zegen mijn Eeuwige en dank
en dien de Eeuwige met grote nederigheid.
Geloofd bent u, mijn Eeuwige, door ieder die vergiffenis schenkt
door uw liefde en die ziekte en verdrukking en pijn verdragen.
Gelukkig zij die dat dragen in vrede, want door u, Allerhoogste,
zullen zij gekroond worden
Geloofd bent u, mijn Eeuwige, door onze zuster de dood van het
lichaam waaraan geen levend mens kan ontsnappen. Wee hen die
sterven in zonde. Gelukkig wie de dood aantreft binnen uw
allerheiligste wil, want de tweede dood zal hen geen kwaad doen.
Loof en zegen mijn Eeuwige, en dank hem met grote nederigheid.
...
|