Meister Eckhart 1260-1328

Geen uiterlijke autoriteit, niet de schrift, niet het dogma kan U zalig maken; gij moet alles in U ervaren en beleven.

Dit is een confronterende tekst van Meister Eckhart, een middeleeuws mysticus, die als ketter veroordeeld werd en wiens teksten lange tijd verdonkeremaand werden. Toch wordt Eckhart nu algemeen beschouwd als een van de grootste Christelijke mystici. Ook het volgende lijkt voor de eeuwigheid geschreven:

'Drie dingen verhinderen ons het eeuwige te horen: het eerste is de lichamelijkheid, het tweede de veelheid en het derde de tijdelijkheid. Er zijn mensen die de krachten van de ziel geheel verteren in de uiterlijke mens. Zij keren al hun gedachten en zinnen naar vergankelijke goederen en weten niets van de innerlijke mens'.

Meister Eckhart: in zijn tijd een ketter, in deze tijd opnieuw een 'meester' voor veel christenen en niet-christenen!

Schets van zijn leven

Situatie in de 13e eeuw en 14e eeuw
Het Duitse keizerrijk wordt in de eerste helft van de dertiende eeuw gekenmerkt door een grote economisch bloei. Deze is mede te danken aan de aanzienlijk uitbreiding van het Duitse grondgebied, ten koste van vooral het pauselijk grondgebied (investituurstrijd).

Het tij keert in de tweede helft van de 13e eeuw. Waren de eerste kruistochten een succes, de latere kruistochten mislukken grotendeels en Jerusalem valt weer in handen van de moslims. Ook de toenadering tot de Oosterse kerken om gezamenlijk de Islam te bestrijden loopt verkeerd af. Het Duitse keizerrijk raakt zowel politiek als religieus in een diepe crisis. De ene oorlog is nog niet voorbij of de volgende begint alweer. De Pausen gedragen zich in toenemende mate als wereldlijke heersers en volgen elkaar in snel tempo op.

De eerste helft van de veertiende eeuw verslechtert de politieke en kerkelijke situatie nog. De Inquisitie wordt in toenemende mate ingezet tegen alle ketterijen.

1260-1294
Johannes Eckhart werd geboren in het duitse Hochheim, bij Erfurt in Thuringen, als telg van een riddergeslacht.
Van zijn jeugd is weinig bekend. Eckhart is nog heel jong als hij intreedt in het dominicanenklooster in Erfurt, waar hij filosofie en theologie gaat studeren. Hij begint hier ook te schrijven.

1294
Rond 1294 wordt hij naar het intellectuele centrum Parijs gestuurd om zijn studies te voltooien. Al snel wordt hij docent en dat is bijzonder voor een duitser aan deze prestigieuze Franse universiteit.

1302
Eckhart verwerft de titel 'magister' . Sindsdien spreekt men van 'Meister Eckhart'. Zijn faam groeit.

1307
Na zijn terugkeer uit Parijs gaat hij belangrijke posities in zijn orde bekleden.
Zijn 'werkgebied' strekt zich uit van de Nederlanden over Duitsland tot Praag. Hij sticht onder meer drie nieuwe kloosters, waaronder een in Groningen.

1323
Eckhart krijgt het hoogste en meest eervolle ambt bij de Dominicanen. Hij wordt benoemd tot hoofd van de Dominicaner Academie in Keulen. Hij is dan al enige tijd 'geestelijk leidsman' van een aantal vrouwenkloosters in het Rijnland.

In deze tijd beginnen de verdachtmakingen tegen zijn persoon en zijn geschriften. Ondanks of juist dankzij zijn groeiende faam maakt hij vijanden. Ze speuren naarstig naar ketterse uitspraken in zijn geschriften en nemen zijn handel en wandel uitvoerig onder de loep.

5 april 1326
Op 5 April 1326 vaardigt de beruchte ketterjager aartsbisschop Heinrich II van Keulen een bevel uit om alle van ketterij verdachte personen aan te houden en voor te geleiden aan de kerkelijke rechtbank of Inquisitie. Bij Eckhart vinden de handlangers van de aartsbisschop 110 passages die verdacht zijn, waaronder mogelijk deze:

'De vrije geest is aan niets gebonden. Ze leeft vanuit Gods wil, ontdaan van zichzelf'.

Eckhart wordt aangeklaagd en beschuldigd van ketterij. Omdat het een kerkelijke rechtbank betreft, wordt Eckhart niet in hechtenis genomen tijdens het verloop van het proces. Hij preekt gewoon door.

De bedoeling van de aanklacht tegen Eckhart is van meet af aan hem als ketter te brandmerken, waarmee men tegelijkertijd de orde der Dominicanen wilde treffen. In een verklaring bestrijdt Eckhart de rechtmatigheid van de aanklacht. Hij schrijft:

'Volgens de vrijheid en de rechten van onze Orde ben ik niet verplicht om vóór U te verschijnen en evenmin op uw aanklachten te reageren. Daarbij komt, dat ik nog nooit van ketterij beschuldigd ben en hierover evenmin ooit een gerucht de ronde heeft gedaan, waarvan mijn hele leven en alles wat ik leer kunnen getuigen'.

Verder spreekt hij van de 'aantoonbare kwaadaardigheid of grove onwetendheid' van zijn aanklagers. Deze nemen zijn teksten wat al te letterlijk.............

26 september 1326
Opgejaagd door het proces en de onophoudelijke verdachtmakingen, besluit Eckhart in de aanval te gaan. Op de zitting van de Inquisitie van 22 september 1326 eist hij dat Paus Johannes XXII -die in Avignon zetelt- zelf een uitspraak zal doen over de ketterijen waarvan hij beschuldigd wordt. Bovendien is hij bereid zich voor hem te verantwoorden.

'Ik, Meister Eckhart, doctor in de heilige theologie, verklaar, met God als mijn getuige, met nadruk, dat ik elke onjuistheid in het geloof en iedere afdwaling in mijn levenswandel, zoveel het me maar mogelijk was, heb vermeden'

'Om deze redenen herroep ik al wat ik geschreven, gesproken of gepreekt heb, privé of in het openbaar, voorzover er in dit opzicht iets verkeerds zou worden gevonden; Dat herroep ik hier openlijk voor U allen'.

'Wat ik zeg, lijkt misschien op het eerste gezicht onwaar, maar niet voor iemand die scherper ziet. Een stok die in het water wordt gehouden, lijkt krom of gebroken te zijn, terwijl hij in werkelijkheid recht is. Zo is het ook met mijn woorden. Ze zijn moeilijk en voor velen onbegrijpelijk. Men mag mij echter niet verkeerd verstaan want al ons spreken wordt een stamelen als wij van de goddelijke natuur moeten spreken.'

22 februari 1327
Op 22 Februari 1327 krijgt Eckhart van de Keulse Inquisitie te horen dat zijn verdediging niet wordt aanvaard. Het staat hem echter vrij zich naar Avignon te begeven om zijn zaak rechtstreeks bij de Paus te bepleiten.

Dan wendt Eckhart zich in een openbare toespraak met een verklaring tot het volk waarin hij zegt alle uitspraken te willen herroepen die door de pauselijke rechtbank in zijn geschriften als ketterse uitspraken aangewezen zouden worden.

De Keulse rechtbank beoordeelt overigens slechts 28 van de oorspronkelijk 110 verdachte passages als ketters.

Eind februari 1327
En zo begeeft Eckhart zich op 67-jarige leeftijd naar Avignon. De hele orde van de Dominicanen steunt hem. Tijdens het proces voor de pauselijke rechtbank zal hij bijgestaan worden door drie rechtsgeleerden.

De aartsbisschop van Keulen stuurt ene Hermann de Summo met de processtukken van de Keulse inquisitie en waarschijnlijk met nog ander belastend materiaal. De orde der Dominicanen tekent echter bezwaar aan tegen de aanwezigheid van deze Hermann. De Paus geeft daaraan gehoor en hij zal Hermann niet ontvangen.

Toch maakt Eckhart geen enkele kans. Hij zou twijfel gezaaid hebben over de ware aard van het geloof en bovendien maken zijn tegenstanders misbruik van het feit dat hij geestelijk raadsman is in de vrouwenkloosters van het Rijnland, waar de ketterij bloeit, zo wordt gefluisterd. Nog geen jaar eerder had de aartsbisschop van Keulen immers een aantal vrouwen laten veroordelen. Ze werden verbrand of in de Rijn verdronken.

'Het innerlijk werk dat God in je bewerkstelligt, kan niet vernietigd worden, Als men je verbiedt ervan te getuigen, zelfs als je niemand bereikt, blijft het toch spreken, binnen in je'.

27 maart 1327
Over het proces in Avignon is weinig bekend. Zéker is dat Eckhart een zitting heeft bijgewoond.
Zéker is ook dat hij 'onjuistheden in bepaalde passages toegaf en ze herriep'.

Op 27 maart 1327 veroordeelt Paus Johannes XXII in de bul 'In agro domenico' 17 van de 28 passages uit het werk van Eckhart, mede: 'omdat deze al te gemakkelijk toegang vonden in de harten der eenvoudigen'.

28 januari 1328
Meister Eckhart sterft vermoedelijk op 28 Januari 1328, als hij uit Avignon naar huis terugkeert.
Misschien heeft een van zijn reisgenoten toen gezegd:

'Hij heeft het zijne gedaan. Moge zijn gebeente in vrede rusten'.