Hadewijch 1200-1260
Hieronder volgen:
-
Revolutionaire begijn
-
In de volkstaal.
-
Beroemde vrouw.
-
Schrijfster en dichteres
-
De liefde centraal.
-
Theologe
-
Naar zijn beeld en gelijkenis
De tekst over Hadewijch is gebaseerd op het boek van Arjan Broers, dat
op deze site onder Media besproken wordt.
Revolutionaire begijn
Hadewijch leefde in de dertiende eeuw en kwam vermoedelijk uit
Antwerpen. Over haar leven is niet veel bekend. Wel weten we dat ze
leidsvrouwe was in een revolutionaire vrouwenbeweging - de begijnen- die
in allerlei steden navolging kreeg. Er zijn aanwijzingen dat Hadewijch
lange tijd woonde en werkte in Luik, waar in die tijd nog Diets de
volkstaal was.
In verschillende steden, met name in de lage
landen, staan vrouwen op die zich niet willen laten opsluiten in een
opgelegd huwelijk of een klooster. Ze noemen zich begijnen en leggen
zich, alleen of in kleine leefgemeenschappen, toe op sociaal werk, gebed
en studie. Het is een ontwikkeling die velen een doorn in het oog is.
Kerkelijke en wereldlijke leiders moeten niets hebben van deze vaak
ontwikkelde vrouwen, Ze verzetten zich tegen een maatschappelijke
ordening waarin ze niet veel te vertellen hebben. Ook lokale priesters
met vaak weinig opleiding, voelen zich door hen bedreigd. Later zouden
deze vrouwen onder kerkelijk (én dus mannelijk) toezicht worden gesteld:
in aparte hofjes en met uitgeschreven leefregels. De begijnen zijn dan
begijntjes geworden.

In de volkstaal
Hadwijch schreef in het Diets, de voorloper van onze taal. Ze verkoos
die taal van het volk boven het Latijn, waarin ze een belangrijk deel
van haar scholing had ontvangen.
Er is niets dat ik niet in
het Diets uitdrukken kan, schreef ze eens laconiek.
Ook al
ogen de gedichten en brieven die zij ons nagelaten heeft als gedragen
poëzie, haar intenties zijn nuchter als de volkstaal die ze gebruikte.
Ze zijn ook voor ons nog goed te begrijpen en in te voelen.
Wat nou, je eenvoudig neerleggen bij de suprematie van God. Is dat echt
je bestemming? Ben je niet, als lichaam en geest, geschapen naar Zijn
beeld en gelijkenis? Is dat niet iets om trots op te zijn? En zou God
wel zitten te wachten op dwepers die zich zonder slag of stoot aan Zijn
voeten werpen?
Beroemde vrouw
Hadewijch is een ontwikkelde vrouw, die met plezier en zelfvertrouwen in
discussie gaat met de heren wetenschappers en wel met de beroemdste
mannen uit haar tijd. Heel bijzonder voor een vrouw in de dertiende eeuw!
Ze houdt van de rede. Ze spreekt ergens van de edele rede van de mens die
een redelijk wezen is. Maar tegelijk beseft ze dat het menselijk
verstand slechts een onderdeel is van het menselijk zijn, en niet op
zichzelf kan staan. De mens is wel een redelijk wezen, maar de rede is
niet de kern van haar zijn.
Schrijfster en dichteres
Haar literaire meesterschap ligt in de verbinding van twee culturen: die
van de rondtrekkende troubadours van het liefdeslied, en die van de
religieuze poëzie.
De zangers van de wereld bezingen vooral
de hoofse liefde. Daarin gaat het niet om de lichamelijke bekoringen van
de geliefde, maar om het verlangen op afstand en om het langzaam opgaan
in de geest van de ander. Hadewijch neemt deze traditie op om te
verhalen over haar liefdesrelatie met God. Ze gebruikt het woord
minne om die liefdevolle God aan te duiden. Ze gebruikt de term
minne overigens voor alle facetten van de liefde: voor de liefde
zelf, of om haar gevoel voor de vriendinnen die ze begeleidt uit te
drukken. Minne is verwant aan de woorden mens en het Engelse
mind. De be-minde is iemand die als het ware aanwezig is in
de her-inner-ing, in het bewustzijn van degene die van hem of
haar houdt.
Hadewijchs mystieke leermeesters Willem van Saint
Thierry en Bernardus van Clairvaux, gebruiken beelden uit het bijbelboek
Hooglied om over God te spreken. Hadewijch gaat een stap verder: zij
ziet zichzelf als bruid, ja zelfs als de minnares van God die liefde is.
In een tijd waarin vrouwen nog wel eens als mislukte mannen worden
gezien of als te dempen poelen van verderf, stelt zij zichzelf
zelfbewust -fier- op als vrouw. Haar liefde tot God drukt ze lichamelijk
uit. En zij beschouwt zichzelf daarbij op een vanzelfsprekende wijze als
beeld van God.
De liefde centraal
Liefde maakt vrij en fier, stelt Hadewijch. Zelfbewust zouden wij
zeggen. Dit heb je hard nodig om de momenten te doorstaan waarop je je
alleen en afgescheiden voelt. Ze blijft overeind door de liefde
productief te maken: door zelf een wezen van liefde te worden in de zorg
voor anderen, vooral voor de kwetsbaren.
Mensenliefde schiet
altijd tekort. Voor Hadewijch is dat echter geen reden om bij de pakken
neer te zitten. Integendeel. Weten dat er van je gehouden wordt terwijl
je tegelijkertijd weet dat je onvolkomenheden hebt, maakt het wonder van
die liefde des te groter. Bovendien houdt het de begeerte naar de ander
in stand. Want als je merkt dat je gedragen wordt door de liefde van een
ander, wil je dat vaker meemaken. Je doet dat door je te oefenen in het
accepteren van jezelf en door van jezelf te geven. Zo zijn de
ghebreken voor Hadewijch van belang bij de ervaring van het
ghebruken (genieten).
Dit evenwicht van geven en nemen komt
echter niet vanzelf. Hadewijch beschrijft dat het verlangen naar de
liefde van God zo overheersend kan worden, dat het koortsachtig en
gekmakend wordt. Orewoet noemt zij dit verschijnsel. Want de
zelfbewuste, vrije mens kan het niet verkroppen dat zij niet altijd en
volledig aan de liefde van de Ander kan beantwoorden. Verzadiging en
honger ineen, schrijft zij in een van haar gedichten, dat is het
leen der vrije liefde.
Theologe
Niet alleen als schrijfster ook als theologe laat Hadewijch een krachtig
eigen geluid horen.
In haar tijd begint in toenemende mate de
herontdekte filosofie van de oude Griekse wijsgeer Aristoteles het
denken over God te bepalen. De islamitische wereld bewaarde eeuwenlang
de geschriften van Aristoteles en nam ze op in haar denken. Pas in de
elfde eeuw komen denkers in het westen met deze filosofie in aanraking.
Het resultaat is een enorme opwaardering, letterlijk, van God. Hij wordt
meer en meer de eindeloos verheven Onbewogen Beweger, die de aanzet tot
de schepping gegeven heeft, maar zich daarna terugtrok.
Voor
mensen als Willem, Bernardus en Hadewijch is God daarnaast ook een
kracht in de mens zelf. Hij is een kracht die ons voorstellingsvermogen
te boven gaat, maar die niettemin in mensen aanwezig is en wil zijn.
Naar zijn beeld en gelijkenis
Zo creëert Hadewijch een heel eigen en intelligente manier om over God
na te denken. Niet om Hem te begrijpen als een studieobject, maar om te
groeien in het leven, om beter uit de liefde te kunnen leven, om vervuld
te kunnen raken van God.
Daarbij is de verbondenheid met God
zoals Jezus van Nazareth dat in zijn leven uitdroeg, haar lichtend
voorbeeld. Want wie met open vizier de liefde tegemoet treedt, zo vindt
zij, fier en kwetsbaar tegelijk, kan aan de 'godmens' gelijk worden.
|